Mogelijke problemen in het Nederlands als gevolg van transfer
Doordat het Berbers tot een geheel andere taalfamilie behoort dan het Nederlands, kan verwacht worden dat mensen met een Berber-achtergrond relatief meer moeite zullen hebben met het verwerven van het Nederlands dan een NT2-leerder met een Germaanse-taalachtergrond. De mate waarin mensen met een Marokkaans-Berberse achtergrond voornamelijk Nederlands of Berbers (of Marokkaans-Arabisch) spreken, verschilt per generatie. De 1e generatie Marrokkanen spreekt vooral hun moedertaal, hun T1. De 2e generatie is vaak tot de schoolleeftijd opgeroeid in de T1, het Berbers (of Marokkaans-Arabisch) en kwam vervolgens op school in contact met het Nederlands, waarna dit vaak de dominante taal werd. Berberssprekende ouders zullen onderling enorm verschillen in hun taalvaardigheid Nederlands. Sommige kinderen zullen voornamelijk Nederlandstalig opgroeien en andere voornamelijk Rif-Berbertalig. En de rest zal daar ergens tussenin zitten.
De invloed van Marokkaans-Arabisch en Berbers op het Nederlands van Marokkanen in Nederland komt behoorlijk overeen, vooral op het gebied van klanken. Het Berberse klanksysteem en het Marokkaans-Arabische klanksysteem hebben in Marokko grote invloed op elkaar gehad, waardoor daarin grote overeenstemming is tussen beide talen. Daarom wordt in het stuk over fonologie gesproken over 'het Marokkaans'.
Fonologie Mensen met een Berbers-achtergrond zullen moeite hebben met de klanken uit het Nederlands die in het Berbers (of Arabisch, wat de veel Berbers ook spreken) niet voorkomen. Dit zal vooral de uitspraak van de diftongen betreffen en mogelijk ook de uitspraak van de /p/. Veel gemaakte fonologische transferfouten zullen zijn:
De volgende kenmerken komen vooral bij de 1e generatie voor:
medeklinkers
/s/ > /sj/ (muisj, sjlapen)
‘sjwa’ verkort uitgesproken in open lettergrepen (in het Marokkaans bestaat de sjwa alleen in gesloten lettergrepen) (gevallen >gvallen)
geen palatalisering van /j/ na /t/, maar /tsj/ (en deletie schwa) (Hondje, jongetje > hontsj, jongtsj)
moeite met ng en nk-klank (in het Marokkaans bestaan deze klanken niet) (bang > ban, drinken > drin/g/en (stemhebbend als in bin-go) )
/z/ sterk stemhebbend
(velaire) fricatieven harder en scherper (gezien > ggzzien)
geen onderscheid gespannen – ongespannen (Hij ziet en hij zit zelfde uitspraak, praten > pra:ten) (ivm beperkter klinkerrepertoire in Marokkaans)
oa /u/ > /o/, /o/ > /ow/ (roept > roopt, vogel > vouwgel (invloed Amsterdams?), boet, bot, boot en bout: uitspraakvarianten van zelfde klank
tweeklanken soms over twee lettergrepen verdeeld, sjwa ingevoegd (huis > houwes)
De volgende kenmerken komen vooral bij de 2e generatie voor:
sjwa-reductie/-deletie: gezien > gzien
harde g, zeer stemhebbende z
regressieve stemassimilatie fricatieven
uitspraak ij/ei: keurig als ij/ei (‘bekakt’)
zeer rollende /r/
verlenging beklemtoonde klinker voor nadruk (geheimziiiiinnig (heel geheimzinnig), vroeoeoeoeoeger (heel lang geleden))
/s/ > /sj/, /tj/ > /tsj/
Morfologie De Jong e.a. (2007) stellen dat kinderen met een achtergrond van een taal met een rijke morfologie over het algemeen minder moeite zullen hebben met het verwerven van een taal met een minder rijke morfologie. Dat is aan de orde bij kinderen met een Berber-achtergrond die Nederlands leren. Over het algemeen zullen kinderen met een Berberse achtergrond minder moeite hebben met de, in vergelijking met Berbers, minder rijke Nederlandse morfologie. Zij zijn namelijk gewend om om te gaan met veel verschillende vervoegingen in hun T1 en gebruiken in hun T1 de morfologische kenmerken nadrukkelijk in hun zinsbegrip, meer dan bijvoorbeeld Nederlandse kinderen die zich meer door woordvolgorde laten leiden. Specifieker zien we in het Berbers geen onderscheid tussen mannelijke en vrouwelijke bezittelijk voornaamwoorden en geen bijvoeglijk-naamwoordvorm. Hierin verwachten we in het Nederlands interferentie-fouten (bezittelijk voornaamwoorden) en vormfouten (bijvoeglijk naamwoorden).
veel infinitieven (wat hij zoeken? hondje hij ook kijken)
soms hoogfrequente woorden wel vervoegd (jongetje heb gevallen, hoe heet die)
Syntaxis Het Berbers is een pro-drop taal. Het onderwerp zou ook in het Nederlands ten onrechte weggelaten kunnen worden. De afwezigheid van lidwoorden in het Berbers kan leiden tot moeite met het gebruik van en onderscheid tussen lidwoorden in het Nederlands. Het veelvuldig gebruik van het ‘default’ voornaamwoord ‘die’ is op basis van beide T1-kenmerken verklaarbaar. In het Berbers wordt de vragende vorm geproduceerd door invoegen van ‘ɣa’. Mogelijk dat in het Nederlands onvoldoende betekenis gehecht wordt aan de vragende intonatie. Het Berbers heeft een vrijere woordvolgorde dan het Nederlands maar lijkt de voorkeur te hebben voor VSO en SVO. Op basis hiervan zou moeite met de Nederlandse SOV, zoals gebruikt in bijzinconstructies, verwacht kunnen worden.
Veel gemaakte fouten in syntaxis zijn:
1e generatie:
weglating lidwoorden
overgeneralisatie de/die (het > de, dat > die)
bijvoeglijke naamwoorden vervoegd als de-woorden, eindigen op -e (die kleine hondje)
werkwoord vrijwel altijd achteraan (hondje hij ook kijken)
subjectpronomen weggelaten (in moedertalen rijke inflectie werkwoord, pronomen overbodig) (Wat doet hij? > wat doen?, Ze zoeken/hij zoekt de kikker > kikker zoeken, Hij heeft de kikker niet gevonden > niet gevonden kikker)
koppelwerkwoord weggelaten (net als in Marokkaans) (het hondje is er ook bij > en hondje ook bij)
2e generatie:
bepaald lidwoord de is default (vaak het > de)
bijvoeglijke naamwoorden, deletie -e (ingewikkeld, geen rol in betekenis, overbodig) (Als ik ooit met een Marokkaanse meisje ga trouwen)
zelfstandig gebruikt het: valt vaak weg als:
– het niet als onderwerp aan het begin van de zin staat (in Turkije maakt niet uit)
– het lijdend voorwerp is (Marokkaanse of Turkse meisjes die begrijpen niet zo)
– het deel van een staande uitdrukking is (daar zijn wij dus helemaal niet mee eens)
Deletie ‘er’ (ze komen minder in aanraking mee, vooral als je niet mee opgegroeid bent)
hulpwerkwoord doen op plekken waar niet in standaard Nederlands (Eh, eh, zwemmen, en naar het strand, en dan hadden we deden we iedere keer uitgaan)
deletie wederkerend voornaamwoord zich (Ehm, nee, meestal eh bemoeit de hele groep mee)
Tabaouni (2009) omschrijft een klein onderzoek naar kenmerken van een meertalige Berbers -Nederlandse taalontwikkeling (ten opzichte van kenmerken van een eentalige taalontwikkeling) van 5 tweetalige (Berbers – Nederlands (=Vlaams)) -talige kleuters (Tabaouni, 2009). Op basis van spontane taalanalyses in het Berbers en Nederlands bleken de kinderen een betere beheersing te hebben van het Berbers, maar tevens voldoende communicatief redzaam te zijn in het Nederlands. Opvallendheden in de Nederlandse taal, die niet, of minder, voorkomen bij eentalige Nederlandstalige kinderen, waren:
- deletie persoonlijk voornaamwoord - aanwijzend voornaamwoord ‘die’ als persoonlijk voornaamwoord - moeite met juist gebruik aanwijzend voornaamwoord - beperkt gebruik van bezittelijk voornaamwoord + fouten in gebruik - veelvuldig gebruik van ‘gaan’ als hulpwerkwoord -omissie van werkwoord -congruentiefouten 3e persoon enkelvoud (gebruik stam of infinitief) - omissie lidwoorden - omissie en foutief gebruik van voorzetsels -code-switching, voornamelijk bij zelfstandig naamwoord - moeite met diftongen (vooral ui -> ei)
Bovenstaande kenmerken blijken voor kinderen met een Berberse achtergrond lastig om te verwerven in het Nederlands. Deze kenmerken hoeven dus zeker geen teken van TOS te zijn.
De Ruiter (1989) onderzocht de verwerving van het Tarifit (Rif-Berbers) bij kinderen in Nederland ten opzichte van kinderen in Marokko. De groep in Nederland gebruikte minder woorden dan de groep in Marokko. Ook maakt de Nederlandse groep fouten in morfologische regels zoals ten aanzien van geslacht, getal en constructie. Ook maakten zij eenvoudige zinnen in vergelijking met de Marokkaanse groep.
Ook fouten die Marokkaanse kinderen in Nederland in de T1 maken, welke Marokkaanse kinderen in Marokko normaal gesproken niet maken, hoeven dus niet altijd een teken van TOS te zijn.
Mogelijke vragen aan ouders/tolken met betrekking tot specifieke TOS-elementen
Verwervingsvolgorde Er is weinig onderzoek gedaan naar de taalverwerving van Berberse kinderen. De volgende gegevens zijn daardoor niet gebaseerd op alleen de taalverwerving van Berberse kinderen, maar op een onderzoek van E-Rramdani (2003) bij tweetalige Nederlands-Tarifit sprekende kinderen uit groep 1 en 8 van de basisschool in Nederland. Voor de tweetalige kinderen in zijn onderzoek geldt dat in de verwerving van het Tarifit ook de invloed van het Nederlands op de ontwikkeling van het Tarifit meespeelt. Meer informatie over de resultaten van dit onderzoek is te vinden onder paragraaf 3.
Onderstaande vragen hebben betrekking op de verwerving van het Tarifit, en kunnen aan een tolk of aan de ouders gesteld worden om te helpen bij het ontdekken van een taalontwikkeling stoornis bij een Tarifit-Nederlandssprekend kind. Wanneer de verwervingsleeftijd van het kind erg van de standaard afwijkt, zou dit mogelijk een teken van TOS kunnen zijn.
Wanneer had het kind alle klanken van het Tarifit verworven? Het fonologisch systeem van het Tarifit is bij Nederlandse tweetalige Tarifit-Nederlandssprekende kinderen van 4 - 5 jaar (1e groep basisschool) volledig verworven (E-Rramdani, 1999 in E-Rramdani. 2003).
Wanneer kon het kind alle drie de mogelijke woordvolgordes in Tarifit (SVO, VSO en OVS) produceren? De meeste Nederlands-Tarifit sprekende kinderen van 4 - 5 jaar kunnen alle drie de mogelijke woordvolgordes in Tarifit produceren.
Wanneer gebruikte het kind gememoriseerde morfologische vormen? De meeste Nederlands-Tarifit sprekende kinderen van 4 - 5 jaar kunnen gememoriseerde vormen gebruiken.
Wanneer kon het kind prefixen en suffixen gebruiken? De meeste Nederlands-Tarifit sprekende kinderen van 11 - 12 jaar kunnen prefixen en suffixen in Tarifit gebruiken.
Typische TOS verschijnselen in het Berbers Een taalstoornis uit zich niet in alle talen hetzelfde. Het is daarom waarschijnlijk dat er in het Berbers andere fouten optreden dan in het Nederlands. Vragen met betrekking op fouten die optreden bij Berberse kinderen met een TOS, kunnen aan een tolk of aan de ouders gesteld worden om te helpen bij het ontdekken van een taalontwikkelingstoornis bij een Berberssprekend kind. Er is voor het Berbers nog nauwelijks bekend wat de symptomen zijn van een taalstoornis (De Jong & Orgassa, 2007). Het is daardoor (nog) niet mogelijk om een omvangrijke vragenlijst te maken.
Vervangt het kind juiste vormen vaak voor foutieve vormen?
Kinderen met een taalstoornis in Berbers zullen minder moeite hebben met het verwerven van de morfologie en, in tegenstelling tot morfologisch armere talen (zoals Nederlands), meer substituties (vervangen van de juiste vorm door een foutieve vorm) dan omissies (weglaten van vormen) in hun morfologie laten zien (De Jong e.a., 2007).
Onderzoek in de moedertaal
Het is mogelijk met behulp van de app Speakaboo onderzoek te doen naar de articulatorische ontwikkeling van kinderen die Tarifit Berbers spreken (2 tot 6 jaar). Zie informatie over dit diagnostisch instrument op de pagina Diagnostische materialen. Voor het gebruik van deze app heeft de logopedist of linguïst geen kennis van het Berbers nodig.
Taal: Tarifit, Rif, Rif Berber, Tamazight Gesproken door: 1,4 miljoen Marokkanen (2004); 1,7 miljoen wereldwijd (1999)
Talen in Marokko In Marokko worden meerdere talen gesproken: de meerderheid spreekt Marokkaans-Arabisch, een grote minderheid spreekt een van de verschillende Berbertalen en daarnaast wordt Frans gesproken. Veel Marokkanen spreken meerdere talen. Het Berbers is (oorspronkelijk) alleen een mondelinge taal, dat geen schrift kent. Voor schriftelijke taaluitingen wordt/werd dus het Marokkaans-Arabisch (met Arabisch schrift) of Frans (Latijns schrift) gebruikt (zie verder). Het Berbers wordt vooral in de bergachtige gebieden gesproken en had in het verleden geen officiële status binnen Marokko. Mede daardoor heeft het een lage status en wordt het, vanuit de stedelijke gebieden, steeds meer verdrongen door het Marokkaans-Arabisch. Anderzijds groeit de status van Berbers: sinds 2002 wordt het onderwezen op scholen en in 2011 werd het als officiële taal in Marokko erkend.
Classificering Afro-Aziatische taalfamilie Het Tarifit is een van de vele Berbertalen welke samen een tak van de Afro-Aziatische taalfamilie vormen. De Afro-Aziatische taalfamilie bestaat uit talen die gesproken worden in delen van het Midden-Oosten, de Hoorn van Afrika en Noord-Afrika. Sommige van deze talen behoren tot de oudste ter wereld. Veel van de vroeger zeer invloedrijke talen zijn inmiddels uitgestorven (bv oud-Egyptisch), anderzijds zijn oorspronkelijk kleine dialecten nu uitgegroeid tot belangrijke talen met een groot taalgebied (Arabisch). Ook zijn in de geschiedenis taalgebieden van een bepaalde taal verschoven. Doordat veel afsplitsingen ontstaan zijn voordat er schrift bestond, zijn taalkundige verwantschappen moeilijk te onderzoeken. Een verwantschapskenmerk bestaat erin dat de meeste talen die tot deze familie behoren een vrouwelijke uitgang op -t hebben.
De Afro-Aziatische taalfamilie:
Egyptisch (geschreven vanaf 2700 v.Chr.)
Oud-Egyptisch (tot 2200 v.Chr.)
Koptisch (tot 16e eeuw gesproken, nu alleen kerktaal)
Semitische talenKoesjitische talen: ca. 40 talen gesproken door ca 40-50 miljoen mensen in Ethiopië, Somalië en Noord-Kenia.
Oostsemitisch
Westsemitisch
oa Arabisch
Omotische talen: ca. 1.5 miljoen sprekers van 40 dialecten in de Omo-vallei in Ethiopië. Mogelijk is dit een zijtak van de Koesjitische talen.
Berbers:ongeveer 20 miljoen sprekers, waarvan veel in Marokko en Algerije.
Berbers Het Berbers bestaat uit verschillende talen welke worden gesproken in 10 landen in Noord-Afrika. Het Berbers is geen taal van een bepaalde etnische groep; sprekers van Berbers komen uit zeer diverse etnische groepen. Het Berbers vormt meer een talige eenheid.
Tarifit Een van de Berbertalen is het Tarifit, Rif-Berbers of Riffijns. Het Tarifit valt onder de Zeneti-groep onder de Noordelijke Berbertalen, of direct onder de Noordelijke Berbertalen (de indeling verschilt nogal per bron). Het Tarifit wordt voornamelijk gesproken in de Rif-streek, het oostelijke deel van het Rif-gebergte in Noord Marokko. Ook buiten de Rif-regio wordt het Tarifit gesproken: in andere gebieden en steden in (Noordelijk) Marokko, in Algerije en door migratie, in Nederland, België en andere Europese landen. De Noordelijke Berbertalen zijn sterk aan elkaar verwant en verschillen onderling voornamelijk op gebied van fonologie en semantiek, wat wederzijdse verstaanbaarheid tussen sprekers van de verschillende Berbertalen soms lastig maakt (Ennaji, 1985, in: E-Rramdani, 2003). Het Noordelijk Berbers is vooral op het gebied van de woordenschat sterk beïnvloed door het Arabisch. Het Tarifit kent 3 hoofd-dialecten:
Het westelijk-Riffijnse dialect: gesproken in Al Hoceima, Imzouren, Beni Bouayach en omgeving
Het centraal-Riffijnse dialect: gesproken in Nador, Temsamane, Midar en omgeving.
Het oostelijk-Riffijnse dialect: gesproken in Zaio, Aklim en Berkane.
Deze 3 dialecten verschillen onderling echter slechts voornamelijk in uitspraak van klanken en iets in woorden, maar niet zodanig dat sprekers van verschillende dialecten elkaar niet verstaan.
Barbaars? Verwarrend! De term Berber(s) is verreweg de meest gebruikte aanduiding van de taal en sprekers van de taal maar wordt door hen zelf als geringschattend ervaren; het woord Berber is verwant aan het Nederlandse 'barbaar'. Berbers sprekende mensen noemen zichzelf ‘Imazighen’, wat 'vrije mensen' betekent. Het Berbers wordt in de eigen taal ‘Amazigh’ (enkelvoud van 'Imazighen') genoemd; het Tarifit in Noordelijk Berbers is ‘Tamaziģt’, de vrouwelijke vorm van ‘Amazigh'. De naam Tamazigt wordt echter ook wel voor het geheel aan Noordelijke Berbertalen gebruikt.
Berbers in Nederland De meeste Marokkanen in Nederland en België hebben een Berber-achtergrond. Onder deze groep wordt het Tarifit het meest gesproken. Vanwege het feit dat het Tarifit, zoals alle Berber-talen, behoort tot een geheel andere taalfamilie dan het Nederlands (welke tot de Germaanse taalfamilie behoort), mag verwacht worden dat er grote verschillen in taalvorm (fonologie, morfologie, syntaxis) bestaan. Dat betekent ook dat mensen met een Berber-achtergrond relatief meer moeite zullen hebben met het verwerven van het Nederlands dan een NT2-leerder met een Germaanse-taalachtergrond.
Uit onderzoek van Yahya E-Rramdani onder tweetalige Tarifit-Nederlands sprekende kinderen in Nederland bleek dat kinderen in groep 1 gebalanceerd tweetalig waren waarna het Nederlands ging domineren ten koste van het Tarifit. Van deze kinderen sprak 85% Tarifit met hun ouders (E-Rramdani, 2003).
Schrift Het Berbers is een orale taal en heeft oorspronkelijk geen schrift. Er werden altijd al wel teksten in Berbers geschreven waarvoor zowel het Arabisch als het Latijnse schrift werden en worden gebruikt. Naast het Arabisch en Latijnse schrift wordt ook het Tifinagh, een schrift afkomstig van de Tuareg (net als Tarifit een subgroep onder de Berbertalen) gebruikt. Dit schrift stamt af van een heel oud, inmiddels uitgestorven, Berbers alfabet. Het Tifinagh is sinds 2003 het officiële Berberse schrift. Het wordt vooral gebruikt voor teksten die verwijzen naar de Berberse identiteit zoals aanduiding van namen en titels. Het Latijnse schrift wordt meestal gebruikt in publicaties in Marokko. Overigens is er veel variatie in schrijfwijze van het Berbers in elk van de drie schriften. Het Tifinagh bestaat uit alleen consonanten. De schrijf-/leesrichting is van links naar rechts (Campbell, 2011).
Figuur 2: het traditionele Tifinagh alfabet en enkele schriftelijke uitingen in Berbers.
Ondanks de grote groep van Berbers/Tarifit sprekende mensen zijn er niet veel gegevens over de taalkenmerken van het Tarifit specifiek of algemener, het Berbers. In onderstaande wordt zoveel mogelijk informatie gegeven over het Tarifit. Vanwege de grote overeenkomsten tussen Tarifit en Berbers wordt, wanneer geen informatie specifiek voor Tarifit gevonden werd, informatie over het Berbers gegeven. Er wordt duidelijk aangegeven welke taal het betreft.
Fonologie (Berbers + Tarifit) Berbers Klanksysteem Het klanksysteem van het Berbers vertoont grote overeenkomsten met het Nederlandse klanksysteem. Ten aanzien van de consonanten is bijzonder dat veel consonanten een ‘gewone’ en een ‘gepharyngaliseerde’ vorm hebben: deze klanken worden meer in de keel geproduceerd. Ook valt de afwezigheid van de /p/ op. De vocalen worden gekenmerkt door veel allofonen (variaties van één klank). Ten opzichte van het Nederlands is de afwezigheid van diftongen (tweeklanken, zoals de 'ui' en de 'eu') van belang. De volgende klanken zijn in het Berbers aanwezig (Campbell, 1995/2011).
Medeklinkers:
6 plosieven: /b/, /d/,/ɖ/, /t/, /k/ , /ɡ/ 7 fricatieven: /f/, /s/, /z/, /ᶎ/,/ʃ/, /ʒ/, /ɣ/ 2 nasalen: /m/, /n/ 2 liquidae /l/, /r/ 2 semi-vocalen: /j/, /w/ Daarnaast heeft het Berbers een aantal klanken uit het Arabisch, nl: /q/, /ħ/, /h/,/ʕ/
Klinkers:
3 voor-vocalen: /i/, /ɪ/, en /e/ 3 midden-vocalen: /a/, /ə/ en /ε/ 3 achter-vocalen: /o/, /u/ en /υ/. Alle vocalen worden gekenmerkt door allofonen.
In onderstaande figuur zijn de in het Berbers voorkomende, en ten opzichte van het Nederlands afwezige klanken aangegeven.
Geminatie Fundamenteel in de fonologie van het Berbers is de mogelijkheid tot verlenging van consonanten en vocalen. Dit verlengd uitspreken van klanken heeft grammaticale en lexicale betekenis, zo wordt er nadruk mee aangegeven, met name in bijwoordelijke bepalingen (Bouarourou, 2007). Dit aspect van de morfologie heet geminatie: de verdubbeling van klanken (langer aanhouden van de klank). Voorbeelden: ðazðað = hij is dun ðazðað attʕas = hij is erg dun ðazðað attʕas attʕas = hij is heel erg dun (verdubbeld uitgesproken van het bijwoord) ðazzðað = hij is erg dun (verdubbeling/verlenging van een consonant) ðazðað attʕa:s = hij is heel erg dun (verdubbeling/verlenging van een vocaal) ðaməzjan = hij is klein - ðaməzzjan = hij is heel klein ðmizʕið = het is zoet - ðmi:zʕið = het is heel zoet
Daarnaast vormt het de onvoltooide tijd. Voorbeeld: ibna = hij heeft gebouwd - ibənna = hij bouwt ingəz = hij sprong - inəggəz = hij springt
In lexicaal opzicht kunnen verlengde klanken het onderscheid tussen twee woordbetekenissen aangeven. Dit komt veel voor in het Berbers. Voorbeeld: neʃ = mij - nneʃ = van jou maʃa = maar - maʃʃaa = eten asam = jaloezie - assam = verlichting (Bouarourou, 2007)
Woordstructuur In woorden in het Berbers zijn klinkers niet verplicht. Bijvoorbeeld: txdmt = hout sprokkelen
Tarifit
Tarifit komt qua fonologie grotendeels overeen met Berbers. De belangrijkste verschillen tussen Tarifit en andere Berber-varianten zijn: - /l/ in andere Berber-varianten is een /ř/ in Tarifit (vb: ul (hart) → uř ) - /ll/ (verlengde /l/) in andere Berber-varianten is een /ǧǧ/ (/ddʒ/) in Tarifit (vb: yelli (mijn dochter) → yeǧǧi ). -/tl/ in andere Berber-varianten is een /č/ (/tʃ/) in Tarifit (vb: weltma (mijn zus) → wečma). - /r/ na vocaal en vòòr consonant wordt in Tarifit weggelaten (vb: taddaart (huis/thuis) → taddaat). - /k/ wordt vaak een /ʃ/
Morfologie (Berbers en Tarifit)
Het Berbers, waaronder ook het Tarifit, heeft een zeer rijke morfologie.
Berbers Naamwoorden
Naamwoorden worden vervoegd naar woordgeslacht. Vrouwelijke woorden worden gekenmerkt door een /t/ aan het begin en eind van een woord.
Voorbeeld:
Mannelijke vorm
Vrouwelijke vorm
aryaz (man)
tamghart (vrouw)
itri (ster)
titrit (sterretje, vrouwelijke ster)
awal (woord, praatje)
tawalt (woordje, praatje)
Het meervoud van naamwoorden wordt gevormd door klinkerverandering en/of suffixen (verschillend voor mannelijke en vrouwelijke woorden). Er zijn echter vele uitzonderingen op de verschillende meervoudsvervoegingen.
Voorbeeld:
Enkelvoud
Meervoud
aryaz (man)
iryazen (mannen)
afus (hand)
ifassen (handen)
ifri (grot, tunnel)
ifran (grotten, tunnels)
Tamazight (Berberse vrouw)
Timazighin (Berberse vrouwen)
Naamwoorden kunnen ‘vrij’ of gebonden voorkomen. De gebonden vorm geeft een genitief (bezitsrelatie) of een andere relatie aan.
Persoonlijke voornaamwoorden komen ook vrij en gebonden voor. De vrije vorm wordt alleen gebruikt bij nadruk (zie ook onder syntaxis ). Voor alle personen (1e t/m 3e) zijn er aparte vormen voor mannelijke en vrouwelijke vormen en enkelvoud en meervoud met voor elke persoon, geslacht en getal eveneens andere uitgangen in de gebonden vorm. Ook directe en indirecte vorm verschillen van elkaar (Campbell, 2011).
Werkwoordsmorfologie
Er zijn veel verschillende affixen (uitgangen) die getal, persoon en tijd aan geven. Er zijn aparte uitgangen voor alle personen, apart voor meervoud en enkelvoud.
Het algemene werkwoordparadigma naar persoon en getal voor Berbers is als volgt:
persoon
enkelvoud
meervoud
1e
-əɣ
nə-
2e
tə- -t/-d
tə- -əm
tə- -əmt
3e mannelijk
y/i-
-ən
3e vrouwelijk
tə-
-ən(t)
Over de wijze waarop tijdsaspecten wordt aangeduid is geen overeenstemming (met name niet over de verschillende tijden die worden onderscheiden) (Campbell, 1995/2011).
Overige verschillen ten opzichte van Nederlands
Voornaamwoorden
Geen bestaat geen onderscheid tussen mannelijke en vrouwelijke bezittelijk voornaamwoorden.
Bijvoeglijk naamwoord
Er is geen specifieke vorm voor het bijvoeglijk naamwoord. Een bijvoeglijk-naamwoordvorm wordt weergegeven door middel van een partikel /a/. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt in woordgeslacht of getal.
Tarifit
De verschillende Tarifit-dialecten hebben een gelijke morfologie (E-Rramdani, 2003). E-Rramdani (2003) heeft bij tweetalige Tarifit-Nederlands sprekende kinderen in Nederland onderzoek gedaan naar de verwerving van de morfologie (en woordvolgorde) in Tarifit. In zijn proefschrift beschrijft hij de belangrijkste morfologische verschijnselen in het Tarifit. Daarvan zijn de vorming van de meervoudsvorm en van de voltooide tijd zeer complex in Tarifit; de vervoegingen voor geslacht en getal, vervoegingen naar persoon en casus-markering zijn relatief beperkt.
Meervoudsvorm
De meervoudsmorfologie is zeer uitgebreid en complex in Tarifit. Vervoeging van enkelvoud naar meervoud verloopt op basis van twee processen: verandering van de klinker en toevoegen van een suffix. In de meeste gevallen gaat het bij de klinkerverandering om de verandering van /a/ in enkelvoud naar /i/ in meervoud, welke voorkomt bij ongeveer de helft van de zelfstandige naamwoorden. De suffixen zijn afhankelijk van woordgeslacht. Daarnaast komen onder andere klankverandering van de stam, deletie en invoegen van klanken en samentrekkingen van vrije morfemen in een meervoudsvorm, én volledig onregelmatige vormen voor.
Voorbeeld van uitgebreidheid van de meervoudsmorfologie:
Tabel 5: testitems ‘regelmatige’ meervoudsvormen getoetst in onderzoek E-Rramdani (2003)
enkelvoud
meervoud
voorbeeld
vertaling
mannelijk
suffix -en
a-stam
i-stam+en
a-funas –> i-funasen
koe - koeien
Ø-stam
i-stam-en
ḍar -> i-ḍar-en
voet - voeten
Ø-stam
i+st-st-a-m-en
fud -> i-f-d-d-en
hand - handen
i-stam
a-stam
i-cca(r) -> a-cca(r)en
nagel - nagels
a-stam
a-stam-en
a-ncuc -> anuc-en
lip - lippen
mannelijk
suffix -an (meestal)
a-stam
i+stam+an
a-simi -> i-sim-an
baby - baby’s
Ø-stam
i-stam-verandering+an
ḍaḍ -> i- ḍu ḍ-an
vinger -vingers
i-stam
i+stam+an
i-z-i -> i-z-a-n
vlieg - vliegen
a-stam
i+stam-verandering
a-serd-u-n -> i-serd-a-n
muildier - muildieren
mannelijk
suffix -(a)-wen / -yen
Ø-stam
i-stam-wen
mucc -> i-mucc+wen
kat – katten
Ø-stam
Ø-stam-awen
ul -> ul-awen
hart – harten
a-stam
i-stam-wen
a-ɣenja -> a-ɣenja-wen
pollepel – pllepels
Ø-stam
Ø-stam-awen
ir-i -> i-r-a-wen
nek –nekken
a-stam
i-stam+yen
a-ɣerda -> i-ɣerda-yen
muis -muizen
vrouwelijk
suffix -in
t-a-stam-t
t-u-stam-mod-in
t-a-d-da-r-t -> t-u-dr-in
huis - huizen
t-a-stam-t
t-i-stam-in
t-amellal-t -> t-imellal-in
ei - eieren
t-Ø-stam-t
t-i-stam-in
t-faw-t -> t-i-faw-in
licht - lichten
t-Ø-stam-t
t-i-stam(+m)-in
t-ɣaḍṭ -> t-i-ɣeṭṭ-in
geit - geiten
vrouwelijk
suffix -(a)-win / -tin
t-stam
t-stam-a-win
tiṭ -> tit-a-win
oog -ogen
t-a-stam
t-i-stam-i-win
t-a-lefsa -> t-i-lefs-i-win
adder - adders
t-a-stam
t-i-stam+tin
t-a-ziyya-t -> t-i-ziyya-t-in
fles - flessen
t-Ø-stam
t-i-stam-tin
t-burjet -> t-i-burja-t-in
raam - ramen
Casus-markering
De casusmarkering hangt in Tarifit samen met de gelede en ongelede vorm van het zelfstandig naamwoord. De ongelede (vrije) vorm is de neutrale vorm. De gelede vorm wordt gebruikt als het naamwoord als onderwerp nahet werkwoord of na een voorzetsel komt. De verandering van de gelede vorm hangt onder andere af van het geslacht van het zelfstandig naamwoord.
Over het algemeen wordt de gelede vorm bepaald door een verandering van de initiale vocaal; er zijn echter ook uitzonderingen hierop.
Tabel 6: aantal voorbeelden van vervoegingen t.b.v. casusmarkering (E-Rramdani, 2003)
ongeleed
geleed
voorbeeld
vertaling
mannelijk
a-stam
u-stam
a-ryaz -> u/w-ryaz
man
a-stam
w-stam
a-nu -> w-anu
bron
u-stam
w-stam
ul -> w-ul
hart
Ø-stam
u-stam
mucc -> u-mucc
kat
i-stam
yi-stam
i-les -> y-iles
tong
vrouwelijk
t-a-stam
t-e-stam
t-a-mɣart -> t-e-mɣart
vrouw
t-i-stam
t-stam
t-i-funasin -> t-funasin
koe
Vervoeging naar persoon, geslacht en getal
Het werkwoord wordt vervoegd naar getal (enkelvoud - meervoud), persoon (1e, 2e, 3e) én geslacht (mannelijk - vrouwelijk). Ook hierin zijn onregelmatige vormen.
Vorming van voltooide tijd (perfective)
Bij de voltooide-tijdsvervoeging wordt uitgegaan van de aorist-vorm[1]. De meeste werkwoorden in het Tarifit maken geen onderscheid tussen de aorist- en de perfective-vorm (Penchoen, 1973 in E-Rramdani, 2003).
In zinnen in voltooide tijd met negatie veranderen de meeste werkwoorden ten opzichte van de aorist of de perfective-bevestigende vorm. Hierbij verandert de laatste vocaal in een /i/, of wordt een /i/ toegevoegd, zoals in:
uf-a (gevonden) -> ur uf-i (niet gevonden)
krz (geploegd) -> ur ikr-i-z (niet geploegd)
[1] De aorist is een tijd die bijvoorbeeld ook in het Grieks voorkomt en vergelijkbaar duidt op iets dat éénmalig gebeurd is in het verleden. Voor zaken die vaker gebeurd zijn in het verleden, gebruikt men het perfectum (bron: nl.wikibooks.org).
Syntaxis (Berbers+ Tarifit) Berbers
Het Berbers is een pro-drop taal. Dat betekent dat het onderwerp uit een zin worden weggelaten (zoals vaker bij talen met een rijke morfologie); een (persoonlijk) voornaamwoord in de subject positie wordt alleen gebruikt bij nadruk, bijvoorbeeld door middel van een aanwijzend voornaamwoord.
De woordvolgorde in de zin is variabeler dan in het Nederlands. Er is onder auteurs zelfs discussie of het Berbers een VSO-taal of (ook) een SVO-taal is (Campbell, 2011); terwijl ook OVS en SOV-volgorden voorkomen. Over het algemeen wordt aangenomen dat VSO de hoofd-volgorde is (Cadi, 1990/1997 in E-Rramdani, 2003).
Een zin wordt vragend gemaakt door ‘ɣa’ voor het werkwoord te plaatsen. Negatie wordt gevormd door gebruik van voegwoorden ‘wa’ (voor werkwoorden) of ‘wu’ (voor naamwoorden).
Het Berbers kent geen lidwoorden.
Tarifit
De verschillende Tarifit-dialecten hebben een gelijke syntaxis (E-Rramdani, 2003). Volgens E-Rramdani (2003) komen er 3 woordvolgordes voor in Tarifit. Op een receptieve taak, waarbij de kinderen op basis van de woordvolgorde het subject moesten herkennen, bleken verschillende voorkeuren in zinsvolgorden te bestaan: door de Marokkaanse Tarifit sprekende kinderen: OVS> SVO > VSO; door de tweetalige Nederlands-Tarifit sprekende kinderen: SVO > VSO > OVS. E-Rramdani verklaart dit verschil door de mindere vaardigheid in het Tarifit van de tweetalige groep waardoor ze, in tegenstelling tot de groep kinderen die in Marokko zijn getest, geen gebruik maken van extra cues, in de vorm van gebonden morfemen. Eenzelfde uitkomst vond Bos (1997, in E-Rramdani, 2003) in onderzoek bij een- en tweetalige (Nederlands-)Marokkaans-Arabisch sprekende kinderen in Marokko en Nederland.
In productie vindt E-Rramdani een dominantie van SVO, zowel bij de Marokkaanse als de Nederlandse groep. Deze voorkeur is er dus niet door invloed vanuit het Nederlands, maar lijkt een kenmerk van Tarifit zelf. El Aissati (1997, in E-Rramdani, 2003) vond vergelijkbare resultaten bij tweetalige (Nederlands-)Marokkaans-Arabisch sprekende jongeren in Marokko en Nederland. Op basis van spontane-taalanalyse vond El Aissati (2002, in E-Rramdani, 2003) dat Tarifit-sprekers in Marokko meest SVO (58%), gevolgd door VSO (41%) gebruikten en in Nederland meest SVO (73%) gevolgd door VSO (27%). In Tarifit lijkt een verschuiving plaats te vinden van VSO naar SVO (E-Rramdani, 2003).
Lexicon (Berbers)
Woorden zijn meestal opgebouwd uit een ‘stam’, meestal bestaande uit 3 consonanten, met daaraan gekoppeld verschillende affixen op basis waarvan de betekenisvarianten worden bepaald.
Veel woorden uit het Berbers zijn ontleend aan het Arabisch. Er bestaat variatie in lexicon tussen de verschillende Tarifit-dialecten (E-Rramdani, 2003).
3. Verwervingsvolgorde van bovengenoemde domeinen in Berbers / Tarifit
Er is weinig onderzoek gedaan naar verwerving van Berbers (in Marokko of Nederland) (E-Rramdani, 2003) en het meeste daarvan is moeilijk toegankelijk (niet vrij verkrijgbaar via internet of Franstalig). E-Rramdani doet in zijn proefschrift enkele uitspraken over de verwerving van verschillende taalaspecten bij Tarifit sprekende kinderen in Marokko en Nederland. De gegevens over de verwerving van morfologie en syntaxis zijn gebaseerd op zijn onderzoek bij tweetalige Nederlands-Tarifit sprekende kinderen uit groep 1 en 8 in Nederland en eentalige Tarifit sprekende kinderen met een vergelijkbare leeftijd in Marokko. Voor de tweetalige kinderen in zijn onderzoek geldt dat in de verwerving van het Tarifit ook de invloed van het Nederlands op ontwikkeling van het Tarifit meespeelt.
Fonologie
Het fonologisch systeem van het Tarifit is bij Nederlandse tweetalige Tarifit-Nederlandssprekende kinderen van 4-5 jaar (1e groep basisschool) volledig verworven (E-Rramdani, 1999 in E-Rramdani. 2003).
Lexicon
Volgens E-Rramdani (2003) is er weinig te zeggen over de woordenschat bij Nederlandse tweetalige Tarifit-Nederlandssprekende kinderen omdat dit moeilijk te meten is en de verschillen tussen de Tarifit-dialecten meespelen.
Morfologie
Uit het onderzoek van E-Rramdani (2003) blijken de Nederlandse Nederlands-Tarifit sprekende kinderen uit groep 1 een heterogene groep ten aanzien van de verwerving van de morfologie in het Tarifit. Er zijn 3 groepen te onderscheiden: 1) vergelijkbare verwerving van Tarifit als de controlegroep in Marokko (enkele kinderen), 2) enige morfologische verwerving (morfologisch stadium) en 3) geen enkele productieve morfologische verwerving in Tarifit (lexicaal stadium). De laatste groep is in deze leeftijdscategorie de grootste groep. Van de Nederlandse Nederlands-Tarifit sprekende kinderen uit groep 8 bleek een groot aantal een vergelijkbaar morfologisch niveau te hebben bereikt als de controlegroep in Marokko, waarbij de Nederlandse kinderen wel meer moeite bleken te hebben met casusmarkering, werkwoordsvervoegingen voor geslacht en aantal en de negatie bij de voltooide tijd.
De verwerving van de morfologie van de Nederlandse Nederlands-Tarifit sprekende kinderen schetst E-Rramdani als volgt:
Syntaxis
De meeste Nederlandse Nederlands-Tarifit sprekende kinderen uit groep 1 bleken alle drie de mogelijke woordvolgordes in Tarifit, SVO, VSO en OVS, te kunnen produceren. Tegelijkertijd bleken ze soms moeite te hebben de drie volgordes juist te interpreteren (wat betreft het herkennen van het subject van de zin). Van de Nederlandse Nederlands-Tarifit sprekende kinderen uit groep 8 bleken de meeste kinderen vergelijkbaar te scoren in de productie van de verschillende woordvolgordes, als de controlegroep in Marokko; met name ten aanzien van de SVO en VSO.
4. Onderzoek naar taalstoornissen bij Berbers / Tarifit – Nederlands sprekende kinderen
Er is voor Berbers nog niet of nauwelijks bekend wat de symptomen zijn van een taalstoornis (De Jong & Orgassa, 2007). Op basis van de verschillen tussen Berbers / Tarifit en Nederlands kunnen wel verwachtingen geformuleerd worden waar tweetalige Berbers / Tarifit - Nederlandstalige kinderen moeite mee zouden kunnen hebben bij de verwerving van het Nederlands. Op basis hiervan kunnen vervolgens voorzichtige uitspraken gedaan worden over of de Nederlandse taalontwikkeling bij een tweetalig Berbers / Tarifit - Nederlandstalig kind normaal of afwijkend verloopt. Hiervoor moeten de ‘normale’ moeilijkheden op basis van de tweetalige verwerving naast kenmerken van taalstoornissen in het Nederlands gelegd worden. Over een afwijkende ontwikkeling in het Tarifit kan geen uitspraak gedaan worden.
Samenvatting
Tarifit is een van de Berbertalen en wordt gesproken in delen van Noord-Marokko. Het Tarifit is de meest gesproken Berber-variant onder de Marokkanen in Nederland en België.
De Berbertalen verschillen onderling meer of minder, afhankelijk van taalaspect. Er is zowel in taalbeschrijving als taalverwerving of taalstoornissen weinig literatuur over zowel Berbers als met name Tarifit. Het Berbers / Tarifit kent grote verschillen in taalsysteem met het Nederlands. In de fonologie is de mogelijkheid tot verlengd produceren van consonanten, de afwezigheid van diftongen en het meer in de keel produceren van verschillende consonanten het belangrijkste verschil. De morfologie is zeer rijk en complex. De syntaxis kent diverse mogelijke woordvolgorden.
Op basis van de verschillen in met name morfologie zijn een aantal moeilijkheden voor mensen met een Berbers / Tarifit achtergrond voor het leren van het Nederlands te voorspellen. Deze liggen met name in de verwerving van morfo-syntactische aspecten die in het Berbers / Tarifit geen specifieke vorm kennen maar in het Nederlands wel, zoals gebruik van lidwoorden, de bijvoeglijk-naamwoordvorm, het verplichte gebruik van het subject, en het onderscheid tussen mannelijke en vrouwelijke bezittelijk voornaamwoorden.
Tips:
Specifiek onderzoeksmiddel voor Tarifit bij jonge kinderen: Tweetalige Lexiconlijst Tarifit-Berbers-Nederlands (Schlichting & Lutje Spelberg, 2009) (link uitgeverij)
McClelland, C.W. (2000). The Interrelations between Syntax, Narrative Structure and Prosody in a Berber Language. New York: Edwin Mellen Press (link) (NB: betreft Tarifit)
McClelland, C.W. (2008). A Phonology of Tarifit Berber. München: Lincom Europa.
Scheele, A.F. (2010). Home language and mono- and bilingual children’s emergent academic language: A longitudinal study of Dutch, Moroccan-Dutch, and Turkish-Dutch 3- to 6-year-olds proefschrift Universiteit Utrecht (link) (NB: betreft Tarifit)
Blumenthal, M. (2009). Meertalige ontwikkeling. Leuven: Acco.
Campbell, G.L. (1995/2011). Concise compendium of the world’s languages. London: Routledge.
E-Rramdani, Y. (2003). Acquiring Tarifit-Berber by children in the Netherlands and Morocco. Amsterdam: Aksant Academic Publishers.
El-Aissati, A., L. Boumans, L. Cornips, M. Dorleijn & J. Nortier (2005). Turks- en Marokkaans-Nederlands. In: N. van der Sijs (red., 2005). Wereld-Nederlands. Oude en jonge variëteiten van het Nederlands, pp. 149-185. Den Haag: Sdu Uitgevers, In PP Nederlands van Turken en Marokkanen, Hoeksema, RUG.
Extra, G. & J.J. de Ruiter (red) (2001). Babylon aan de Noordzee. Amsterdam: Bulaaq.
Jong, J de & A. Orgassa (2007) Specifieke taalstoornissen in tweetalige context. Logopedie en Foniatrie 79, 208-212.
Julien, M. (2008). Taalstoornissen bij meertalige kinderen. Amsterdam: Harcourt.
Tabaouni, K. (2009). Spontane taalanalyse als alternatief voor een klassieke taaltest? Onderzoek bij successief tweetalige (Berbers – Nederlands) kleuters. Scriptie Logopedie Lessius Hogeschool Antwerpen.
Internet:
Nederlands van Turken en Marokkanen, college van dr. J. Hoeksema van de RUG (link of via google: zoek op ‘college Nederlands van Turken en Marokkanen Hoeksema’ (laatst bezocht: 15-01-2013)
Bewerkt door: Dieuwke Hoogewerf
Table of Contents
0. Praktische informatie voor taalonderzoek
Mogelijke problemen in het Nederlands als gevolg van transfer
Doordat het Berbers tot een geheel andere taalfamilie behoort dan het Nederlands, kan verwacht worden dat mensen met een Berber-achtergrond relatief meer moeite zullen hebben met het verwerven van het Nederlands dan een NT2-leerder met een Germaanse-taalachtergrond.
De mate waarin mensen met een Marokkaans-Berberse achtergrond voornamelijk Nederlands of Berbers (of Marokkaans-Arabisch) spreken, verschilt per generatie. De 1e generatie Marrokkanen spreekt vooral hun moedertaal, hun T1. De 2e generatie is vaak tot de schoolleeftijd opgeroeid in de T1, het Berbers (of Marokkaans-Arabisch) en kwam vervolgens op school in contact met het Nederlands, waarna dit vaak de dominante taal werd. Berberssprekende ouders zullen onderling enorm verschillen in hun taalvaardigheid Nederlands. Sommige kinderen zullen voornamelijk Nederlandstalig opgroeien en andere voornamelijk Rif-Berbertalig. En de rest zal daar ergens tussenin zitten.
De invloed van Marokkaans-Arabisch en Berbers op het Nederlands van Marokkanen in Nederland komt behoorlijk overeen, vooral op het gebied van klanken. Het Berberse klanksysteem en het Marokkaans-Arabische klanksysteem hebben in Marokko grote invloed op elkaar gehad, waardoor daarin grote overeenstemming is tussen beide talen. Daarom wordt in het stuk over fonologie gesproken over 'het Marokkaans'.
Fonologie
Mensen met een Berbers-achtergrond zullen moeite hebben met de klanken uit het Nederlands die in het Berbers (of Arabisch, wat de veel Berbers ook spreken) niet voorkomen. Dit zal vooral de uitspraak van de diftongen betreffen en mogelijk ook de uitspraak van de /p/. Veel gemaakte fonologische transferfouten zullen zijn:
De volgende kenmerken komen vooral bij de 1e generatie voor:
medeklinkers
- /s/ > /sj/ (muisj, sjlapen)
- ‘sjwa’ verkort uitgesproken in open lettergrepen (in het Marokkaans bestaat de sjwa alleen in gesloten lettergrepen) (gevallen > gvallen)
- geen palatalisering van /j/ na /t/, maar /tsj/ (en deletie schwa) (Hondje, jongetje > hontsj, jongtsj)
- moeite met ng en nk-klank (in het Marokkaans bestaan deze klanken niet) (bang > ban, drinken > drin/g/en (stemhebbend als in bin-go) )
- /z/ sterk stemhebbend
- (velaire) fricatieven harder en scherper (gezien > ggzzien)
- regressieve stemassimilatie fricatieven (Ik zie > /gzi/ (Nederlands: /ksi/))
- tongpunt-r, sterk rollend
klinkersDe volgende kenmerken komen vooral bij de 2e generatie voor:
Morfologie
De Jong e.a. (2007) stellen dat kinderen met een achtergrond van een taal met een rijke morfologie over het algemeen minder moeite zullen hebben met het verwerven van een taal met een minder rijke morfologie. Dat is aan de orde bij kinderen met een Berber-achtergrond die Nederlands leren. Over het algemeen zullen kinderen met een Berberse achtergrond minder moeite hebben met de, in vergelijking met Berbers, minder rijke Nederlandse morfologie. Zij zijn namelijk gewend om om te gaan met veel verschillende vervoegingen in hun T1 en gebruiken in hun T1 de morfologische kenmerken nadrukkelijk in hun zinsbegrip, meer dan bijvoorbeeld Nederlandse kinderen die zich meer door woordvolgorde laten leiden.
Specifieker zien we in het Berbers geen onderscheid tussen mannelijke en vrouwelijke bezittelijk voornaamwoorden en geen bijvoeglijk-naamwoordvorm. Hierin verwachten we in het Nederlands interferentie-fouten (bezittelijk voornaamwoorden) en vormfouten (bijvoeglijk naamwoorden).
Werkwoordsmorfologie
Syntaxis
Het Berbers is een pro-drop taal. Het onderwerp zou ook in het Nederlands ten onrechte weggelaten kunnen worden. De afwezigheid van lidwoorden in het Berbers kan leiden tot moeite met het gebruik van en onderscheid tussen lidwoorden in het Nederlands. Het veelvuldig gebruik van het ‘default’ voornaamwoord ‘die’ is op basis van beide T1-kenmerken verklaarbaar.
In het Berbers wordt de vragende vorm geproduceerd door invoegen van ‘ɣa’. Mogelijk dat in het Nederlands onvoldoende betekenis gehecht wordt aan de vragende intonatie.
Het Berbers heeft een vrijere woordvolgorde dan het Nederlands maar lijkt de voorkeur te hebben voor VSO en SVO. Op basis hiervan zou moeite met de Nederlandse SOV, zoals gebruikt in bijzinconstructies, verwacht kunnen worden.
Veel gemaakte fouten in syntaxis zijn:
1e generatie:
2e generatie:
– het niet als onderwerp aan het begin van de zin staat (in Turkije maakt niet uit)
– het lijdend voorwerp is (Marokkaanse of Turkse meisjes die begrijpen niet zo)
– het deel van een staande uitdrukking is (daar zijn wij dus helemaal niet mee eens)
Lexicon
Tabaouni (2009) omschrijft een klein onderzoek naar kenmerken van een meertalige Berbers -Nederlandse taalontwikkeling (ten opzichte van kenmerken van een eentalige taalontwikkeling) van 5 tweetalige (Berbers – Nederlands (=Vlaams)) -talige kleuters (Tabaouni, 2009). Op basis van spontane taalanalyses in het Berbers en Nederlands bleken de kinderen een betere beheersing te hebben van het Berbers, maar tevens voldoende communicatief redzaam te zijn in het Nederlands. Opvallendheden in de Nederlandse taal, die niet, of minder, voorkomen bij eentalige Nederlandstalige kinderen, waren:
- deletie persoonlijk voornaamwoord
- aanwijzend voornaamwoord ‘die’ als persoonlijk voornaamwoord
- moeite met juist gebruik aanwijzend voornaamwoord
- beperkt gebruik van bezittelijk voornaamwoord + fouten in gebruik
- veelvuldig gebruik van ‘gaan’ als hulpwerkwoord
- omissie van werkwoord
- congruentiefouten 3e persoon enkelvoud (gebruik stam of infinitief)
- omissie lidwoorden
- omissie en foutief gebruik van voorzetsels
- code-switching, voornamelijk bij zelfstandig naamwoord
- moeite met diftongen (vooral ui -> ei)
Bovenstaande kenmerken blijken voor kinderen met een Berberse achtergrond lastig om te verwerven in het Nederlands. Deze kenmerken hoeven dus zeker geen teken van TOS te zijn.
De Ruiter (1989) onderzocht de verwerving van het Tarifit (Rif-Berbers) bij kinderen in Nederland ten opzichte van kinderen in Marokko. De groep in Nederland gebruikte minder woorden dan de groep in Marokko. Ook maakt de Nederlandse groep fouten in morfologische regels zoals ten aanzien van geslacht, getal en constructie. Ook maakten zij eenvoudige zinnen in vergelijking met de Marokkaanse groep.
Ook fouten die Marokkaanse kinderen in Nederland in de T1 maken, welke Marokkaanse kinderen in Marokko normaal gesproken niet maken, hoeven dus niet altijd een teken van TOS te zijn.
Naar boven
Mogelijke vragen aan ouders/tolken met betrekking tot specifieke TOS-elementen
Verwervingsvolgorde
Er is weinig onderzoek gedaan naar de taalverwerving van Berberse kinderen. De volgende gegevens zijn daardoor niet gebaseerd op alleen de taalverwerving van Berberse kinderen, maar op een onderzoek van E-Rramdani (2003) bij tweetalige Nederlands-Tarifit sprekende kinderen uit groep 1 en 8 van de basisschool in Nederland. Voor de tweetalige kinderen in zijn onderzoek geldt dat in de verwerving van het Tarifit ook de invloed van het Nederlands op de ontwikkeling van het Tarifit meespeelt. Meer informatie over de resultaten van dit onderzoek is te vinden onder paragraaf 3.
Onderstaande vragen hebben betrekking op de verwerving van het Tarifit, en kunnen aan een tolk of aan de ouders gesteld worden om te helpen bij het ontdekken van een taalontwikkeling stoornis bij een Tarifit-Nederlandssprekend kind. Wanneer de verwervingsleeftijd van het kind erg van de standaard afwijkt, zou dit mogelijk een teken van TOS kunnen zijn.
Wanneer had het kind alle klanken van het Tarifit verworven?
Het fonologisch systeem van het Tarifit is bij Nederlandse tweetalige Tarifit-Nederlandssprekende kinderen van 4 - 5 jaar (1e groep basisschool) volledig verworven (E-Rramdani, 1999 in E-Rramdani. 2003).
Wanneer kon het kind alle drie de mogelijke woordvolgordes in Tarifit (SVO, VSO en OVS) produceren?
De meeste Nederlands-Tarifit sprekende kinderen van 4 - 5 jaar kunnen alle drie de mogelijke woordvolgordes in Tarifit produceren.
Wanneer gebruikte het kind gememoriseerde morfologische vormen?
De meeste Nederlands-Tarifit sprekende kinderen van 4 - 5 jaar kunnen gememoriseerde vormen gebruiken.
Wanneer kon het kind prefixen en suffixen gebruiken?
De meeste Nederlands-Tarifit sprekende kinderen van 11 - 12 jaar kunnen prefixen en suffixen in Tarifit gebruiken.
Typische TOS verschijnselen in het Berbers
Een taalstoornis uit zich niet in alle talen hetzelfde. Het is daarom waarschijnlijk dat er in het Berbers andere fouten optreden dan in het Nederlands. Vragen met betrekking op fouten die optreden bij Berberse kinderen met een TOS, kunnen aan een tolk of aan de ouders gesteld worden om te helpen bij het ontdekken van een taalontwikkelingstoornis bij een Berberssprekend kind.
Er is voor het Berbers nog nauwelijks bekend wat de symptomen zijn van een taalstoornis (De Jong & Orgassa, 2007). Het is daardoor (nog) niet mogelijk om een omvangrijke vragenlijst te maken.
- Vervangt het kind juiste vormen vaak voor foutieve vormen?
Kinderen met een taalstoornis in Berbers zullen minder moeite hebben met het verwerven van de morfologie en, in tegenstelling tot morfologisch armere talen (zoals Nederlands), meer substituties (vervangen van de juiste vorm door een foutieve vorm) dan omissies (weglaten van vormen) in hun morfologie laten zien (De Jong e.a., 2007).Onderzoek in de moedertaal
Het is mogelijk met behulp van de app Speakaboo onderzoek te doen naar de articulatorische ontwikkeling van kinderen die Tarifit Berbers spreken (2 tot 6 jaar). Zie informatie over dit diagnostisch instrument op de pagina Diagnostische materialen. Voor het gebruik van deze app heeft de logopedist of linguïst geen kennis van het Berbers nodig.
Naar boven
1. Algemene informatie over het Rif-Berbers
Taal: Tarifit, Rif, Rif Berber, TamazightGesproken door: 1,4 miljoen Marokkanen (2004); 1,7 miljoen wereldwijd (1999)
Talen in Marokko
In Marokko worden meerdere talen gesproken: de meerderheid spreekt Marokkaans-Arabisch, een grote minderheid spreekt een van de verschillende Berbertalen en daarnaast wordt Frans gesproken. Veel Marokkanen spreken meerdere talen.
Het Berbers is (oorspronkelijk) alleen een mondelinge taal, dat geen schrift kent. Voor schriftelijke taaluitingen wordt/werd dus het Marokkaans-Arabisch (met Arabisch schrift) of Frans (Latijns schrift) gebruikt (zie verder). Het Berbers wordt vooral in de bergachtige gebieden gesproken en had in het verleden geen officiële status binnen Marokko. Mede daardoor heeft het een lage status en wordt het, vanuit de stedelijke gebieden, steeds meer verdrongen door het Marokkaans-Arabisch. Anderzijds groeit de status van Berbers: sinds 2002 wordt het onderwezen op scholen en in 2011 werd het als officiële taal in Marokko erkend.
Classificering
Afro-Aziatische taalfamilie
Het Tarifit is een van de vele Berbertalen welke samen een tak van de Afro-Aziatische taalfamilie vormen. De Afro-Aziatische taalfamilie bestaat uit talen die gesproken worden in delen van het Midden-Oosten, de Hoorn van Afrika en Noord-Afrika. Sommige van deze talen behoren tot de oudste ter wereld. Veel van de vroeger zeer invloedrijke talen zijn inmiddels uitgestorven (bv oud-Egyptisch), anderzijds zijn oorspronkelijk kleine dialecten nu uitgegroeid tot belangrijke talen met een groot taalgebied (Arabisch). Ook zijn in de geschiedenis taalgebieden van een bepaalde taal verschoven. Doordat veel afsplitsingen ontstaan zijn voordat er schrift bestond, zijn taalkundige verwantschappen moeilijk te onderzoeken. Een verwantschapskenmerk bestaat erin dat de meeste talen die tot deze familie behoren een vrouwelijke uitgang op -t hebben.
De Afro-Aziatische taalfamilie:
Bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Afro-Aziatische_talen
Berbers
Het Berbers bestaat uit verschillende talen welke worden gesproken in 10 landen in Noord-Afrika. Het Berbers is geen taal van een bepaalde etnische groep; sprekers van Berbers komen uit zeer diverse etnische groepen. Het Berbers vormt meer een talige eenheid.
Figuur 1: taalgebied verschillende Berbertalen
Bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Berbertalen
Tarifit
Een van de Berbertalen is het Tarifit, Rif-Berbers of Riffijns. Het Tarifit valt onder de Zeneti-groep onder de Noordelijke Berbertalen, of direct onder de Noordelijke Berbertalen (de indeling verschilt nogal per bron). Het Tarifit wordt voornamelijk gesproken in de Rif-streek, het oostelijke deel van het Rif-gebergte in Noord Marokko. Ook buiten de Rif-regio wordt het Tarifit gesproken: in andere gebieden en steden in (Noordelijk) Marokko, in Algerije en door migratie, in Nederland, België en andere Europese landen.
De Noordelijke Berbertalen zijn sterk aan elkaar verwant en verschillen onderling voornamelijk op gebied van fonologie en semantiek, wat wederzijdse verstaanbaarheid tussen sprekers van de verschillende Berbertalen soms lastig maakt (Ennaji, 1985, in: E-Rramdani, 2003). Het Noordelijk Berbers is vooral op het gebied van de woordenschat sterk beïnvloed door het Arabisch.
Het Tarifit kent 3 hoofd-dialecten:
- Het westelijk-Riffijnse dialect: gesproken in Al Hoceima, Imzouren, Beni Bouayach en omgeving
- Het centraal-Riffijnse dialect: gesproken in Nador, Temsamane, Midar en omgeving.
- Het oostelijk-Riffijnse dialect: gesproken in Zaio, Aklim en Berkane.
Deze 3 dialecten verschillen onderling echter slechts voornamelijk in uitspraak van klanken en iets in woorden, maar niet zodanig dat sprekers van verschillende dialecten elkaar niet verstaan.Barbaars? Verwarrend!
De term Berber(s) is verreweg de meest gebruikte aanduiding van de taal en sprekers van de taal maar wordt door hen zelf als geringschattend ervaren; het woord Berber is verwant aan het Nederlandse 'barbaar'. Berbers sprekende mensen noemen zichzelf ‘Imazighen’, wat 'vrije mensen' betekent. Het Berbers wordt in de eigen taal ‘Amazigh’ (enkelvoud van 'Imazighen') genoemd; het Tarifit in Noordelijk Berbers is ‘Tamaziģt’, de vrouwelijke vorm van ‘Amazigh'. De naam Tamazigt wordt echter ook wel voor het geheel aan Noordelijke Berbertalen gebruikt.
Berbers in Nederland
De meeste Marokkanen in Nederland en België hebben een Berber-achtergrond. Onder deze groep wordt het Tarifit het meest gesproken. Vanwege het feit dat het Tarifit, zoals alle Berber-talen, behoort tot een geheel andere taalfamilie dan het Nederlands (welke tot de Germaanse taalfamilie behoort), mag verwacht worden dat er grote verschillen in taalvorm (fonologie, morfologie, syntaxis) bestaan. Dat betekent ook dat mensen met een Berber-achtergrond relatief meer moeite zullen hebben met het verwerven van het Nederlands dan een NT2-leerder met een Germaanse-taalachtergrond.
Uit onderzoek van Yahya E-Rramdani onder tweetalige Tarifit-Nederlands sprekende kinderen in Nederland bleek dat kinderen in groep 1 gebalanceerd tweetalig waren waarna het Nederlands ging domineren ten koste van het Tarifit. Van deze kinderen sprak 85% Tarifit met hun ouders (E-Rramdani, 2003).
Schrift
Het Berbers is een orale taal en heeft oorspronkelijk geen schrift. Er werden altijd al wel teksten in Berbers geschreven waarvoor zowel het Arabisch als het Latijnse schrift werden en worden gebruikt. Naast het Arabisch en Latijnse schrift wordt ook het Tifinagh, een schrift afkomstig van de Tuareg (net als Tarifit een subgroep onder de Berbertalen) gebruikt. Dit schrift stamt af van een heel oud, inmiddels uitgestorven, Berbers alfabet. Het Tifinagh is sinds 2003 het officiële Berberse schrift.
Het wordt vooral gebruikt voor teksten die verwijzen naar de Berberse identiteit zoals aanduiding van namen en titels. Het Latijnse schrift wordt meestal gebruikt in publicaties in Marokko. Overigens is er veel variatie in schrijfwijze van het Berbers in elk van de drie schriften. Het Tifinagh bestaat uit alleen consonanten. De schrijf-/leesrichting is van links naar rechts (Campbell, 2011).
Figuur 2: het traditionele Tifinagh alfabet en enkele schriftelijke uitingen in Berbers.
Bronnen: http://www.ancientscripts.com/tifinagh.html, http://commons.wikimedia.org/wiki/Category:Berber_script?uselang=nl, http://en.wikipedia.org/wiki/Riffian_language
Naar boven
2. Specifieke informatie over het Rif-Berbers
Ondanks de grote groep van Berbers/Tarifit sprekende mensen zijn er niet veel gegevens over de taalkenmerken van het Tarifit specifiek of algemener, het Berbers.In onderstaande wordt zoveel mogelijk informatie gegeven over het Tarifit. Vanwege de grote overeenkomsten tussen Tarifit en Berbers wordt, wanneer geen informatie specifiek voor Tarifit gevonden werd, informatie over het Berbers gegeven. Er wordt duidelijk aangegeven welke taal het betreft.
Fonologie (Berbers + Tarifit)
Berbers
Klanksysteem
Het klanksysteem van het Berbers vertoont grote overeenkomsten met het Nederlandse klanksysteem. Ten aanzien van de consonanten is bijzonder dat veel consonanten een ‘gewone’ en een ‘gepharyngaliseerde’ vorm hebben: deze klanken worden meer in de keel geproduceerd. Ook valt de afwezigheid van de /p/ op. De vocalen worden gekenmerkt door veel allofonen (variaties van één klank). Ten opzichte van het Nederlands is de afwezigheid van diftongen (tweeklanken, zoals de 'ui' en de 'eu') van belang.
De volgende klanken zijn in het Berbers aanwezig (Campbell, 1995/2011).
- Medeklinkers:
6 plosieven: /b/, /d/,/ɖ/, /t/, /k/ , /ɡ/7 fricatieven: /f/, /s/, /z/, /ᶎ/,/ʃ/, /ʒ/, /ɣ/
2 nasalen: /m/, /n/
2 liquidae /l/, /r/
2 semi-vocalen: /j/, /w/
Daarnaast heeft het Berbers een aantal klanken uit het Arabisch, nl: /q/, /ħ/, /h/,/ʕ/
- Klinkers:
3 voor-vocalen: /i/, /ɪ/, en /e/3 midden-vocalen: /a/, /ə/ en /ε/
3 achter-vocalen: /o/, /u/ en /υ/.
Alle vocalen worden gekenmerkt door allofonen.
In onderstaande figuur zijn de in het Berbers voorkomende, en ten opzichte van het Nederlands afwezige klanken aangegeven.
Figuur 3: consonanten Berbers
Bron basisfiguur: http://www.ling.hf.ntnu.no/ipa/full/ipachart_cons_pulm_fbmp3.html
Figuur 4: vocalen Berbers
Bron basisfiguur: http://www.ling.hf.ntnu.no/ipa/full/ipachart_vowels_fbmp3.html
Geminatie
Fundamenteel in de fonologie van het Berbers is de mogelijkheid tot verlenging van consonanten en vocalen. Dit verlengd uitspreken van klanken heeft grammaticale en lexicale betekenis, zo wordt er nadruk mee aangegeven, met name in bijwoordelijke bepalingen (Bouarourou, 2007). Dit aspect van de morfologie heet geminatie: de verdubbeling van klanken (langer aanhouden van de klank).
Voorbeelden:
ðazðað = hij is dun
ðazðað attʕas = hij is erg dun
ðazðað attʕas attʕas = hij is heel erg dun (verdubbeld uitgesproken van het bijwoord)
ðazzðað = hij is erg dun (verdubbeling/verlenging van een consonant)
ðazðað attʕa:s = hij is heel erg dun (verdubbeling/verlenging van een vocaal)
ðaməzjan = hij is klein - ðaməzzjan = hij is heel klein
ðmizʕið = het is zoet - ðmi:zʕið = het is heel zoet
Daarnaast vormt het de onvoltooide tijd.
Voorbeeld:
ibna = hij heeft gebouwd - ibənna = hij bouwt
ingəz = hij sprong - inəggəz = hij springt
In lexicaal opzicht kunnen verlengde klanken het onderscheid tussen twee woordbetekenissen aangeven. Dit komt veel voor in het Berbers.
Voorbeeld:
neʃ = mij - nneʃ = van jou
maʃa = maar - maʃʃaa = eten
asam = jaloezie - assam = verlichting
(Bouarourou, 2007)
Woordstructuur
In woorden in het Berbers zijn klinkers niet verplicht.
Bijvoorbeeld: txdmt = hout sprokkelen
Tarifit
Tarifit komt qua fonologie grotendeels overeen met Berbers. De belangrijkste verschillen tussen Tarifit en andere Berber-varianten zijn:
- /l/ in andere Berber-varianten is een /ř/ in Tarifit (vb: ul (hart) → uř )
- /ll/ (verlengde /l/) in andere Berber-varianten is een /ǧǧ/ (/ddʒ/) in Tarifit (vb: yelli (mijn dochter) → yeǧǧi ).
-/tl/ in andere Berber-varianten is een /č/ (/tʃ/) in Tarifit (vb: weltma (mijn zus) → wečma).
- /r/ na vocaal en vòòr consonant wordt in Tarifit weggelaten (vb: taddaart (huis/thuis) → taddaat).
- /k/ wordt vaak een /ʃ/
Morfologie (Berbers en Tarifit)
Het Berbers, waaronder ook het Tarifit, heeft een zeer rijke morfologie.
Berbers
Naamwoorden
Naamwoorden worden vervoegd naar woordgeslacht. Vrouwelijke woorden worden gekenmerkt door een /t/ aan het begin en eind van een woord.
Voorbeeld:
Het meervoud van naamwoorden wordt gevormd door klinkerverandering en/of suffixen (verschillend voor mannelijke en vrouwelijke woorden). Er zijn echter vele uitzonderingen op de verschillende meervoudsvervoegingen.
Voorbeeld:
Naamwoorden kunnen ‘vrij’ of gebonden voorkomen. De gebonden vorm geeft een genitief (bezitsrelatie) of een andere relatie aan.
Persoonlijke voornaamwoorden komen ook vrij en gebonden voor. De vrije vorm wordt alleen gebruikt bij nadruk (zie ook onder syntaxis ). Voor alle personen (1e t/m 3e) zijn er aparte vormen voor mannelijke en vrouwelijke vormen en enkelvoud en meervoud met voor elke persoon, geslacht en getal eveneens andere uitgangen in de gebonden vorm. Ook directe en indirecte vorm verschillen van elkaar (Campbell, 2011).
Werkwoordsmorfologie
Er zijn veel verschillende affixen (uitgangen) die getal, persoon en tijd aan geven. Er zijn aparte uitgangen voor alle personen, apart voor meervoud en enkelvoud.
Het algemene werkwoordparadigma naar persoon en getal voor Berbers is als volgt:
tə- -əmt
Over de wijze waarop tijdsaspecten wordt aangeduid is geen overeenstemming (met name niet over de verschillende tijden die worden onderscheiden) (Campbell, 1995/2011).
Overige verschillen ten opzichte van Nederlands
Voornaamwoorden
Geen bestaat geen onderscheid tussen mannelijke en vrouwelijke bezittelijk voornaamwoorden.
Bijvoeglijk naamwoord
Er is geen specifieke vorm voor het bijvoeglijk naamwoord. Een bijvoeglijk-naamwoordvorm wordt weergegeven door middel van een partikel /a/. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt in woordgeslacht of getal.
Tarifit
De verschillende Tarifit-dialecten hebben een gelijke morfologie (E-Rramdani, 2003). E-Rramdani (2003) heeft bij tweetalige Tarifit-Nederlands sprekende kinderen in Nederland onderzoek gedaan naar de verwerving van de morfologie (en woordvolgorde) in Tarifit. In zijn proefschrift beschrijft hij de belangrijkste morfologische verschijnselen in het Tarifit. Daarvan zijn de vorming van de meervoudsvorm en van de voltooide tijd zeer complex in Tarifit; de vervoegingen voor geslacht en getal, vervoegingen naar persoon en casus-markering zijn relatief beperkt.
Meervoudsvorm
De meervoudsmorfologie is zeer uitgebreid en complex in Tarifit. Vervoeging van enkelvoud naar meervoud verloopt op basis van twee processen: verandering van de klinker en toevoegen van een suffix. In de meeste gevallen gaat het bij de klinkerverandering om de verandering van /a/ in enkelvoud naar /i/ in meervoud, welke voorkomt bij ongeveer de helft van de zelfstandige naamwoorden. De suffixen zijn afhankelijk van woordgeslacht. Daarnaast komen onder andere klankverandering van de stam, deletie en invoegen van klanken en samentrekkingen van vrije morfemen in een meervoudsvorm, én volledig onregelmatige vormen voor.
Voorbeeld van uitgebreidheid van de meervoudsmorfologie:
Tabel 5: testitems ‘regelmatige’ meervoudsvormen getoetst in onderzoek E-Rramdani (2003)
De casusmarkering hangt in Tarifit samen met de gelede en ongelede vorm van het zelfstandig naamwoord. De ongelede (vrije) vorm is de neutrale vorm. De gelede vorm wordt gebruikt als het naamwoord als onderwerp na het werkwoord of na een voorzetsel komt. De verandering van de gelede vorm hangt onder andere af van het geslacht van het zelfstandig naamwoord.
Over het algemeen wordt de gelede vorm bepaald door een verandering van de initiale vocaal; er zijn echter ook uitzonderingen hierop.
Tabel 6: aantal voorbeelden van vervoegingen t.b.v. casusmarkering (E-Rramdani, 2003)
Het werkwoord wordt vervoegd naar getal (enkelvoud - meervoud), persoon (1e, 2e, 3e) én geslacht (mannelijk - vrouwelijk). Ook hierin zijn onregelmatige vormen.
Vorming van voltooide tijd (perfective)
Bij de voltooide-tijdsvervoeging wordt uitgegaan van de aorist-vorm[1]. De meeste werkwoorden in het Tarifit maken geen onderscheid tussen de aorist- en de perfective-vorm (Penchoen, 1973 in E-Rramdani, 2003).
In zinnen in voltooide tijd met negatie veranderen de meeste werkwoorden ten opzichte van de aorist of de perfective-bevestigende vorm. Hierbij verandert de laatste vocaal in een /i/, of wordt een /i/ toegevoegd, zoals in:
uf-a (gevonden) -> ur uf-i (niet gevonden)
krz (geploegd) -> ur ikr-i-z (niet geploegd)
[1] De aorist is een tijd die bijvoorbeeld ook in het Grieks voorkomt en vergelijkbaar duidt op iets dat éénmalig gebeurd is in het verleden. Voor zaken die vaker gebeurd zijn in het verleden, gebruikt men het perfectum (bron: nl.wikibooks.org).
Syntaxis (Berbers+ Tarifit)
Berbers
Het Berbers is een pro-drop taal. Dat betekent dat het onderwerp uit een zin worden weggelaten (zoals vaker bij talen met een rijke morfologie); een (persoonlijk) voornaamwoord in de subject positie wordt alleen gebruikt bij nadruk, bijvoorbeeld door middel van een aanwijzend voornaamwoord.
De woordvolgorde in de zin is variabeler dan in het Nederlands. Er is onder auteurs zelfs discussie of het Berbers een VSO-taal of (ook) een SVO-taal is (Campbell, 2011); terwijl ook OVS en SOV-volgorden voorkomen. Over het algemeen wordt aangenomen dat VSO de hoofd-volgorde is (Cadi, 1990/1997 in E-Rramdani, 2003).
Een zin wordt vragend gemaakt door ‘ɣa’ voor het werkwoord te plaatsen. Negatie wordt gevormd door gebruik van voegwoorden ‘wa’ (voor werkwoorden) of ‘wu’ (voor naamwoorden).
Het Berbers kent geen lidwoorden.
Tarifit
De verschillende Tarifit-dialecten hebben een gelijke syntaxis (E-Rramdani, 2003). Volgens E-Rramdani (2003) komen er 3 woordvolgordes voor in Tarifit. Op een receptieve taak, waarbij de kinderen op basis van de woordvolgorde het subject moesten herkennen, bleken verschillende voorkeuren in zinsvolgorden te bestaan: door de Marokkaanse Tarifit sprekende kinderen: OVS> SVO > VSO; door de tweetalige Nederlands-Tarifit sprekende kinderen: SVO > VSO > OVS. E-Rramdani verklaart dit verschil door de mindere vaardigheid in het Tarifit van de tweetalige groep waardoor ze, in tegenstelling tot de groep kinderen die in Marokko zijn getest, geen gebruik maken van extra cues, in de vorm van gebonden morfemen. Eenzelfde uitkomst vond Bos (1997, in E-Rramdani, 2003) in onderzoek bij een- en tweetalige (Nederlands-)Marokkaans-Arabisch sprekende kinderen in Marokko en Nederland.
In productie vindt E-Rramdani een dominantie van SVO, zowel bij de Marokkaanse als de Nederlandse groep. Deze voorkeur is er dus niet door invloed vanuit het Nederlands, maar lijkt een kenmerk van Tarifit zelf. El Aissati (1997, in E-Rramdani, 2003) vond vergelijkbare resultaten bij tweetalige (Nederlands-)Marokkaans-Arabisch sprekende jongeren in Marokko en Nederland. Op basis van spontane-taalanalyse vond El Aissati (2002, in E-Rramdani, 2003) dat Tarifit-sprekers in Marokko meest SVO (58%), gevolgd door VSO (41%) gebruikten en in Nederland meest SVO (73%) gevolgd door VSO (27%). In Tarifit lijkt een verschuiving plaats te vinden van VSO naar SVO (E-Rramdani, 2003).
Lexicon (Berbers)
Woorden zijn meestal opgebouwd uit een ‘stam’, meestal bestaande uit 3 consonanten, met daaraan gekoppeld verschillende affixen op basis waarvan de betekenisvarianten worden bepaald.
Veel woorden uit het Berbers zijn ontleend aan het Arabisch. Er bestaat variatie in lexicon tussen de verschillende Tarifit-dialecten (E-Rramdani, 2003).
Naar boven3. Verwervingsvolgorde van bovengenoemde domeinen in Berbers / Tarifit
Er is weinig onderzoek gedaan naar verwerving van Berbers (in Marokko of Nederland) (E-Rramdani, 2003) en het meeste daarvan is moeilijk toegankelijk (niet vrij verkrijgbaar via internet of Franstalig). E-Rramdani doet in zijn proefschrift enkele uitspraken over de verwerving van verschillende taalaspecten bij Tarifit sprekende kinderen in Marokko en Nederland. De gegevens over de verwerving van morfologie en syntaxis zijn gebaseerd op zijn onderzoek bij tweetalige Nederlands-Tarifit sprekende kinderen uit groep 1 en 8 in Nederland en eentalige Tarifit sprekende kinderen met een vergelijkbare leeftijd in Marokko. Voor de tweetalige kinderen in zijn onderzoek geldt dat in de verwerving van het Tarifit ook de invloed van het Nederlands op ontwikkeling van het Tarifit meespeelt.Fonologie
Het fonologisch systeem van het Tarifit is bij Nederlandse tweetalige Tarifit-Nederlandssprekende kinderen van 4-5 jaar (1e groep basisschool) volledig verworven (E-Rramdani, 1999 in E-Rramdani. 2003).
Lexicon
Volgens E-Rramdani (2003) is er weinig te zeggen over de woordenschat bij Nederlandse tweetalige Tarifit-Nederlandssprekende kinderen omdat dit moeilijk te meten is en de verschillen tussen de Tarifit-dialecten meespelen.
Morfologie
Uit het onderzoek van E-Rramdani (2003) blijken de Nederlandse Nederlands-Tarifit sprekende kinderen uit groep 1 een heterogene groep ten aanzien van de verwerving van de morfologie in het Tarifit. Er zijn 3 groepen te onderscheiden: 1) vergelijkbare verwerving van Tarifit als de controlegroep in Marokko (enkele kinderen), 2) enige morfologische verwerving (morfologisch stadium) en 3) geen enkele productieve morfologische verwerving in Tarifit (lexicaal stadium). De laatste groep is in deze leeftijdscategorie de grootste groep. Van de Nederlandse Nederlands-Tarifit sprekende kinderen uit groep 8 bleek een groot aantal een vergelijkbaar morfologisch niveau te hebben bereikt als de controlegroep in Marokko, waarbij de Nederlandse kinderen wel meer moeite bleken te hebben met casusmarkering, werkwoordsvervoegingen voor geslacht en aantal en de negatie bij de voltooide tijd.
De verwerving van de morfologie van de Nederlandse Nederlands-Tarifit sprekende kinderen schetst E-Rramdani als volgt:
Syntaxis
De meeste Nederlandse Nederlands-Tarifit sprekende kinderen uit groep 1 bleken alle drie de mogelijke woordvolgordes in Tarifit, SVO, VSO en OVS, te kunnen produceren. Tegelijkertijd bleken ze soms moeite te hebben de drie volgordes juist te interpreteren (wat betreft het herkennen van het subject van de zin). Van de Nederlandse Nederlands-Tarifit sprekende kinderen uit groep 8 bleken de meeste kinderen vergelijkbaar te scoren in de productie van de verschillende woordvolgordes, als de controlegroep in Marokko; met name ten aanzien van de SVO en VSO.
Naar boven
4. Onderzoek naar taalstoornissen bij Berbers / Tarifit – Nederlands sprekende kinderen
Er is voor Berbers nog niet of nauwelijks bekend wat de symptomen zijn van een taalstoornis (De Jong & Orgassa, 2007). Op basis van de verschillen tussen Berbers / Tarifit en Nederlands kunnen wel verwachtingen geformuleerd worden waar tweetalige Berbers / Tarifit - Nederlandstalige kinderen moeite mee zouden kunnen hebben bij de verwerving van het Nederlands. Op basis hiervan kunnen vervolgens voorzichtige uitspraken gedaan worden over of de Nederlandse taalontwikkeling bij een tweetalig Berbers / Tarifit - Nederlandstalig kind normaal of afwijkend verloopt. Hiervoor moeten de ‘normale’ moeilijkheden op basis van de tweetalige verwerving naast kenmerken van taalstoornissen in het Nederlands gelegd worden. Over een afwijkende ontwikkeling in het Tarifit kan geen uitspraak gedaan worden.Naar boven
5. Slotopmerkingen en literatuurverwijzingen
SamenvattingTarifit is een van de Berbertalen en wordt gesproken in delen van Noord-Marokko. Het Tarifit is de meest gesproken Berber-variant onder de Marokkanen in Nederland en België.
De Berbertalen verschillen onderling meer of minder, afhankelijk van taalaspect. Er is zowel in taalbeschrijving als taalverwerving of taalstoornissen weinig literatuur over zowel Berbers als met name Tarifit. Het Berbers / Tarifit kent grote verschillen in taalsysteem met het Nederlands. In de fonologie is de mogelijkheid tot verlengd produceren van consonanten, de afwezigheid van diftongen en het meer in de keel produceren van verschillende consonanten het belangrijkste verschil. De morfologie is zeer rijk en complex. De syntaxis kent diverse mogelijke woordvolgorden.
Op basis van de verschillen in met name morfologie zijn een aantal moeilijkheden voor mensen met een Berbers / Tarifit achtergrond voor het leren van het Nederlands te voorspellen. Deze liggen met name in de verwerving van morfo-syntactische aspecten die in het Berbers / Tarifit geen specifieke vorm kennen maar in het Nederlands wel, zoals gebruik van lidwoorden, de bijvoeglijk-naamwoordvorm, het verplichte gebruik van het subject, en het onderscheid tussen mannelijke en vrouwelijke bezittelijk voornaamwoorden.
Tips:
Verdere studie:
Referenties:
Internet:
- Nederlands van Turken en Marokkanen, college van dr. J. Hoeksema van de RUG (link of via google: zoek op ‘college Nederlands van Turken en Marokkanen Hoeksema’ (laatst bezocht: 15-01-2013)
- Wikipedia: (laatst bezocht: 15-01-2013)
- http://nl.wikipedia.org/wiki/Riffijns
- http://en.wikipedia.org/wiki/Riffian_language
- http://nl.wikipedia.org/wiki/Berbertalen
- http://nl.wikipedia.org/wiki/Afro-Aziatische_talen
- http://www.ancientscripts.com/tifinagh.html
Naar boven